In de voorbereiding hebben we geput uit de volgende onderzoeken:
Het onderzoeksrapport over pedagogisch partnerschap (Ouders en Kinderopvang) cruciale rol in verhogen kwaliteit kinderopvang (2024), in opdracht van het Ministerie van SZW door de Directie Kinderopvang.
Ook hebben we gesproken met 2 experts; Marjet Winsemius (Voor Werkende Ouders) en Nienke Willering (BOinK). Onderstaande
5 thema’s vormen de kern:
• Gelijkwaardige samenwerking tussen ouders en professionals
• Vertrouwen en wederzijds respect
• Effectieve en toegankelijke communicatie
• Organisatorische randvoorwaarden voor ouderbetrokkenheid
• Inclusieve benadering van diverse oudergroepen
Tijdens de eerste bijeenkomsten (3 en 5 juni) hebben we verkend wat de belangrijkste factoren zijn die de kwaliteit bepalen van het kinderopvangaanbod aan ouders:
(Gelijk)waardige samenwerking tussen ouders en opvang: gebaseerd op wederzijds vertrouwen, respect en gedeelde verantwoordelijkheid. Met de kanttekening dat een betalende klant en de pedagogisch professional beiden waardevol maar niet gelijk zijn. Verbinding van twee perspectieven die samenkomen; dat van de ouders en dat van de pedagogisch professionals. o Effectieve en toegankelijke communicatie: afgestemd op de diversiteit van ouders (taal, achtergrond, opvoedstijlen).
Duidelijke verwachtingen en rolverdeling: helderheid over wat ouders van de opvang mogen verwachten en andersom.
Oog voor ouderbetrokkenheid in plaats van alleen oudertevredenheid: inspelen op uiteenlopende behoeften van ouders binnen realistische kaders.
Culturele sensitiviteit en inclusiviteit: zowel in het pedagogisch aanbod als in de samenstelling van teams.
Professionele autonomie en ondersteuning van medewerkers: pedagogisch professionals moeten ruimte én ondersteuning krijgen in de samenwerking met ouders. Structurele investering in scholing/training is hierbij belangrijk zodat medewerkers toegerust zijn voor een professionele omgang met ouders.
Kennis van de leefwereld van kind en gezin: bijvoorbeeld via huisbezoeken of andere vormen van contextgericht contact. Aandacht voor digitale leefwereld van kinderen is onderdeel van de gezamenlijke pedagogische verantwoordelijkheid. o Gastouderopvang: de rol van gastouderopvang onderscheidt zich door kleinschaligheid, nabijheid en flexibele opvanguren. De relatie gastouder-ouder kent daarmee een andere intensiteit en betrokkenheid dan in de reguliere opvang. En – net als in andere opvangvormen – moet er blijvend geïnvesteerd worden in de pedagogische kwaliteit.
Visiegedreven kwaliteitscode de kwaliteitscode moet richting geven, niet voorschrijven; met nadruk op de maatschappelijke rol van kinderopvang.
Tijdens de terugkomdagen op 17 en 19 juni verdiepen we op bovenstaande, door de volgende thema’s voor te leggen en vervolgens de discussie hierover aan te gaan:
1. Hoe zien we de relatie met ouders? Zijn ouders partners (samenwerking) of is er sprake van een klantrelatie (transactioneel)?
2. Wat is de minimale ondergrens voor 0-4 jaar (kdv) en 4-12 jaar (bso) m.b.t. de kwaliteit van het contact? (Dit doen we o.b.v. Factsheet LKK Ouderbetrokkenheid.)
3. Wat is een waardig partnerschap waarin een open dialoog kan plaatsvinden?
4. Wanneer vinden we iets een waardig partnerschap?
5. Hoe maken we dit zichtbaar en meetbaar?
Opbrengst:
1. Gelijkwaardig partnerschap als uitgangspunt
o Partnerschap betekent wederzijds respect, luisteren en afstemmen.
o De klantrelatie (de ouder maakt een keuze voor een pedagogische visie) vormt de basis; vanuit die relatie gaan we het (verdiepende) partnerschap aan.
o Partnerschap is geen vrijblijvende houding, maar een professionele samenwerking waarin verwachtingen helder zijn.
o Het vraagt van pedagogisch professionals dat zij hun eigen normen kunnen parkeren en professioneel aanwezig kunnen zijn (‘present’ zijn is de basis).
o De mate van betrokkenheid varieert per gezin en situatie; dit vraagt om maatwerk.
2. Minimale ondergrens
o Beschikbaarheid en heldere overdracht; Pedagogisch medewerkers zijn dagelijks aanspreekbaar en geven een duidelijke overdracht over het welzijn van het kind (eten, slapen, gedrag).
o Begrijpelijke en afgestemde communicatie; Oudercommunicatie moet altijd mogelijk zijn, begrijpelijk en afgestemd op taal, cultuur en context van de ouder.
o Wettelijke basis als minimale ondergrens; De wet- en regelgeving vormen het fundament; organisaties bepalen zelf hoe zij daarboven uitstijgen.
o Transparantie en professionele autonomie: Openheid over visie, aanbod en grenzen versterkt vertrouwen. Fouten mogen er zijn zolang ze onderdeel zijn van leren en verbeteren.
o Ruimte voor context en visieverschillen; De invulling van kwaliteit mag verschillen per organisatie, doelgroep en leeftijdsgroep (0–4 jaar vs. 4–12 jaar), mits passend bij de pedagogische visie.
o Investeren in professionalisering: Kwaliteit begint bij goed opgeleide, bekwame medewerkers. Scholing en reflectie zijn essentieel voor structurele kwaliteitsgroei.
3. Waardig partnerschap: betekenis, zichtbaarheid en meetbaar maken
Een waardig partnerschap tussen ouders en kinderopvang is een gelijkwaardige, open relatie waarin beide partijen vanuit respect en betrokkenheid samenwerken aan de ontwikkeling van het kind. Het is geen doel op zich, maar een middel dat bijdraagt aan pedagogische kwaliteit en vertrouwen. We herkennen waardig partnerschap aan wederkerige communicatie: afgestemd, professioneel en open – ook via digitale middelen als dat beter past. Ouders worden serieus genomen, maar dragen ook zelf bij. Pedagogisch medewerkers handelen vanuit pedagogische expertise, tonen betrokkenheid, en durven grenzen aan te geven. Ze zijn getraind in gespreksvaardigheden, ook voor lastige situaties. De zes interactievaardigheden uit de pedagogisch kwaliteitsdoelen, kunnen goed worden toegepast in het contact met ouders.
Zichtbaar en meetbaar wordt het partnerschap door regelmatige afstemming, het gebruik van oudertevredenheidsonderzoeken, en reflectie op het contact met ouders. Niet de kwantiteit, maar de kwaliteit van de relatie staat centraal. Het begint met het zichtbaar maken van eenvoudige, haalbare elementen en bouw dat systematisch uit, zodat teams eigenaar blijven van de ontwikkeling. Transparantie over visie en werkwijze is essentieel – ook als iets (nog) niet lukt. Wie welk type gesprek voert binnen de organisatie (bijv. over betalingsachterstanden) moet bewust worden afgestemd, zodat pedagogische relaties intact blijven. Zo blijft het partnerschap niet alleen waardig, maar ook werkbaar en duurzaam.